Valenciaanse majolica in Mechelen

In Mechelen (België) werd in 2005 in een beerput op de archeologische opgraving Begijnenstraat een kom in Valenciaanse majolica teruggevonden. Oorspronkelijk was de kom wit met een lusterdecor. Door de inwerking van de beer is de kom donker verkleurd, maar desalniettemin is de decoratie met realistische klimopbladeren nog duidelijk te herkennen. Op basis van de stijlelementen van de decoratie kan de kom gedateerd worden tussen 1450 en 1480.

In deze periode was Mechelen een tot bloei komende handelsstad, die op verschillende domeinen zou uitgroeien tot het centrum van de Nederlanden. Zo werd het in 1474 de locatie van de Rekenkamer en het Opperste Gerechtshof. Aan het begin van de 16de eeuw zou de Dijlestad onder Margaretha van Oostenrijk zelfs tot hoofdstad gebombardeerd worden. De stad had dus goede connecties, niet alleen met nabij gelegen steden als Brussel, Antwerpen, Leuven en Brugge, maar ook overzees. Deze Valenciaanse kom moet dus worden gezien in een internationaal (handels)netwerk dat connecties had met het Middellands Zeegebied. Een bewijs hiervoor kan worden gevonden in het charter uit 1441 dat voorzag in vrijstelling van belasting voor de import van Valenciaans lusterwaar te Vlaanderen.

Nu is het zeker niet zo dat men in Mechelen in grote aantallen Valenciaans importaardewerk terugvindt. Bij de huidige stand van onderzoek werden er slechts enkele voorbeelden van Spaanse lusterwaar teruggevonden. Het behoorde dus niet tot een normale importstroom van gebruiksaardewerk. Het is waarschijnlijker dat het indirect, bijvoorbeeld via Brugge, in Mechelen terecht is gekomen. Soms worden dergelijke objecten uitgewisseld buiten de normale handelsstroom om. Zij worden dan bijvoorbeeld geschonken door een zakenpartner of verkregen op een buitenlandse reis. De uitzonderlijkheid van het stuk in combinatie met het opvallende decor maken waarschijnlijk dat het om een object met display-functie ging, iets dat gezien mocht worden, iets dat status uitstraalde.

Dit past bij de hogere sociale klasse van het betreffende huishouden. Het stenen huis waartoe de beerput behoorde, bevond zich op een steenworp van de markt, het toenmalige economische epicentrum van de stad. De straat behoorde bovendien toe tot de commercieel belangrijkste en rijkste parochie. In de beerlaag waarin de kom werd aangetroffen werd bovendien ook perkament, een zegelstempel en een versierde lederen boekomslag met ijzeren beslag aangetroffen, wat wijst op geletterde bewoners die zich mogelijk met handel bezighielden. Ook de faunaresten wijzen op een hoge status. Er werd een grote verscheidenheid aan wilde vogels aangetroffen, die verbonden worden aan de jacht en dus met adel of met burgers die in contact stonden met adel. Daarnaast werd nog voor die periode dure vis teruggevonden.

Zo vormt deze éne kom niet alleen een mooi archeologisch object, maar biedt het ook een inzicht in het dagelijks leven van een huishouden en voegt zelfs een detail toe aan de ontwikkeling van Bourgondisch Mechelen.

Yvonne de Rue en Dana Piessens
Center for Artefact Research vzw

Terug naar alle verhalen