Het is niet altijd lood om oud ijzer…

Bij archeologische opgravingen wordt over het algemeen vrij veel metaal teruggevonden, zeker wanneer gedegen onderzoek wordt gedaan met een metaaldetector. Vanuit de onderzoekstraditie wordt in de uitwerkingsfase vaak uitgebreide aandacht besteed aan de gevonden munten, kledingspelden en andere artefacten, omdat deze een belangrijke rol spelen in de datering van archeologische contexten. Minder vaak wordt er echter gekeken naar de, op het eerste oog ondefinieerbare, brokjes en klompjes metaal, terwijl deze soms ook een interessant verhaal bieden. Zo onderzocht ik enkel jaren geleden de loden brokjes, klopjes, druppels, plaatjes en stripjes lood uit de context van onder andere de haven van het Romeinse Forum Hadriani, te Voorburg. Dit onderzoek leverde veel bijzondere resultaten op, waarvan ik er in dit artikel één wil uitlichten, omdat dit een aantal objecten betrof waarvan ik, en velen met mij, het bestaan niet kende.

De focus van het onderzoek lag op de wijze waarop lood gevormd wordt, door onder andere de processen van gieten en stollen. Hierbij kwam ik zes loden klompjes tegen, met als inclusie scherven aardewerk. Toen ik dit nader onderzocht, bleek dat het lood zich, toen het nog vloeibaar was, bij het gieten, om het aardewerk heen had gevormd en aan beide zijden van de scherven tot stolling was gekomen. Het waren dus in feite om een soort loden proppen die gegoten waren in aardewerken voorwerpen, waar blijkbaar een gat in had gezeten. De hypothese was dan ook dat het lood werd gebruik om het aardewerk te repareren.

Afb.1
Zijaanzicht van loden prop met aardewerk-inclusie (foto: M. Stolk).
Afb.2
Microscopische opname waarbij de indruk van textiel in lood zichtbaar is (foto: M. Stolk).

Nadat deze reparatieproppen waren geanalyseerd, bleek dat zich tussen de andere loden vondsten nog zeven vergelijkbare klompjes bevonden, wat het totaal aantal reparatieproppen op dertien stuks bracht. Opmerkelijk was dat elke reparatie weer anders uitgevoerd was. Het lood dat in het gat in het aardewerk werd gegoten moest namelijk opgevangen worden, zodat het in het gat uit kon harden. Bij microscopische analyse van de reparatieproppen werd duidelijk dat hiervoor onder andere gebruik was gemaakt van textiel, leer, hout en zand, wat elk een andere afdruk achterlaat in het lood. Verder viel het op dat de fragmenten aardewerk die nog in het lood vast zaten vooral fragmenten dunwandig aardewerk betroffen, wat erop duidde dat het voornamelijk gesloten aardewerken voorwerpen waren geweest, zoals kannen en drinkbekers. Na wat rondvragen en e-mailen bleek dat de hypothese van reparatieproppen inderdaad bevestigd kon worden. Zo is er bij onderzoek naar het Romeinse grafveld in Oudenburg (België) een Romeinse drinkbeker gevonden, die voorzien is van een vergelijkbare loden prop (zie foto).

Afb.3
Drinkbeker met duidelijk zichtbare loden prop (Foto: S. Vanhoutte).

De vraag die blijft is waarom men lood gebruikte om het aardewerk te repareren en in de eerste plaats misschien wel hoe het kan dat er gaten in het aardewerk zijn ontstaan? Meestal als aardewerk stuk gaat, zou je toch verwachten dat het breekt. Een interessant gegeven is dat het aardewerk blijkbaar dusdanig waardevol of bijzonder was, dat het gerepareerd werd. Of hebben de gaten en opvullingen hiervan met lood te maken met speciale gebeurtenissen of rituelen waar wij geen weet van hebben? Misschien dat toekomstig onderzoek ons hier meer over leert.

Meer lezen? Zie ook het complete hoofdstuk over het lood van Forum Hadriani in de publicatie:
‘Voorburg-Arentsburg: Een Romeinse havenstad tussen Rijn en Maas’, M. Driessen & E. Besselsen (red), 2014.

Marijn Stolk
Marijn Stolk Archeologie
marijnstolkarcheologie@gmail.com

Terug naar alle verhalen