Een Alésia-fibula uit Hulshorst: de oudste Romeinse speld van Nederland

Onder inventarisnummer e1924/11.1 bewaart het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) een fibula (kledingspeld) uit Hulshorst, Gelderland. Het gaat om een scharnierfibula van 60 mm lengte, gekenmerkt door een scharnier, een hoogronde boog een voetknop. Ter decoratie zijn een lengte-groef en enkele V-vormige dwarsgroeven aangebracht. De beugel is wat aangetast door corrosie en licht verbogen maar de speld is verder in goede staat. De naald zit vast in de naaldhouder en zou daarom compleet en in gesloten toestand gedeponeerd kunnen zijn.

De naam van deze fibula verwijst naar de Gallische versterking Alésia, het tegenwoordige Alise-Sainte-Reine, waar de Gallische leider Vercingetorix door de legioenen van Julius Caesar in 52 voor Chr. werd belegerd en verslagen. Deze naamgeving betekent echter niet dat alle Alésia-fibulae uit de tijd van Caesar stammen. Na de verovering van de hoogteversterking verbleven ook in de tijd van keizer Augustus (ca. 30 voor tot 14 na Chr.) nog af en toe Romeinse legers in Alésia, die ook weer sporen en spullen achterlieten. Er zijn verschillende modellen Romeinse fibula’s in Alésia gevonden die zowel bij de Caesarische belegering (52 voor Chr.) als bij latere activiteiten kunnen zijn achtergelaten. Deze fibulae worden vrijwel altijd met militairen geassocieerd. Er zijn geen Alésia-fibulae bekend uit vindplaatsen die na 5 voor Chr. dateren. Alle varianten van deze fibula moeten dus tussen ca. 52 en 5 voor Chr. gedateerd worden.

Is de fibula uit Hulshorst nu vroeg of laat binnen de periode 52-5 voor Chr. te dateren? Het lastige van deze speld is dat er zowel vroegere als latere stijlkenmerken zijn aan te wijzen. De omhoog gekrulde voet, waarin ooit een decoratieve knop was vastgezet, is een kenmerk van de oudere exemplaren. Bij de spelden uit de tijd van Augustus werd de voetknop namelijk door een gegoten bronzen ringetje vastgehouden. Wel kenmerkend voor de Augusteïsche periode zijn de decoratieve dwarsgroefjes op de voor- en achterkant van de boog. Fibulae met een dergelijke groevendecoratie zijn onder meer in de Augusteïsche versterking op de Hunerberg bij Nijmegen gevonden. Dit legerkamp is op basis van munten aan de periode ca. 19-16 voor Chr. toegewezen.

De vindplaats in Hulshorst, waar Gelderland aan het Veluwemeer grenst, is opvallend. In de vroegste periode zijn er geen Romeinse activiteiten aldaar met zekerheid bekend. Uit de geschriften van Caesar weten we dat zijn legers in Zuid-Nederland, waarschijnlijk tot aan de Maas en Rijn, hebben rondgetrokken, maar een legerkamp is nog niet gevonden. Een verband met Caesarische expedities is dus onzeker. Het vroegste legerkamp op Nederlands grondgebied is het reeds genoemde kamp op de Hunerberg bij Nijmegen (19-16 voor Chr.). Van legeraanvoerder Drusus, generaal onder keizer Augustus, wordt gezegd dat hij rond 12 voor Chr. diverse grachten laat graven, waarschijnlijk om scheepvaart richting het Flevomeer mogelijk te maken. Hulshorst zou eventueel een locatie kunnen zijn waar de (een?) Drususgracht uitwaterde op het Flevomeer.

Met welke van de voorgenoemde activiteiten deze mantelspeld nu echt samenhangt zullen we wellicht nooit weten, maar het stuk uit Hulshorst uit de collectie van het RMO is in ieder geval de oudste Romeinse fibula uit Nederland.

Stijn Heeren
Vrije Universiteit

Terug naar alle verhalen