Aardewerk uit de middeleeuwen en nieuwe tijd

Tijdens archeologisch veldonderzoek wordt doorgaans veel aardewerk gevonden. Het is vaak de belangrijkste vondstcategorie om vindplaatsen mee te dateren. De aardewerkspecialist levert hierdoor een cruciale bijdrage aan de uitwerking van het archeologisch onderzoek, niet alleen voor het vaststellen van een chronologie, maar ook voor het verhaal over de bewoners van de onderzochte locatie. Vaak resulteert het aardewerkonderzoek in een overzicht van voorkomende bakselsoorten, vormen en typen. Deze kunnen worden vergeleken met andere vindplaatsen om zo een beeld te krijgen van onder andere sociale verschillen en handelsrelaties.

Omdat bij de meeste instanties vaak geen tijd is voor uitgebreid (vergelijkend) onderzoek, blijft de aardewerkanalyse in standaardrapportages vaak beperkt. Met alle beschikbare gegevens van de afgelopen jaren zijn er echter legio mogelijkheden om nader onderzoek naar te verrichten. Zo ben ik nu bezig met een onderzoek naar aardewerken beeldjes uit de late Middeleeuwen en de 16de eeuw, waar binnenkort een artikel over zal verschijnen in het tijdschrift Vormen uit Vuur.

In de Middeleeuwen waren producten van aardewerk tot circa 1200 in de regel enkel gebruiksgoed en was het vormenrepertoire beperkt. Daarna werden de vormen onder andere als gevolg van technologische vooruitgang, talrijker, meer gespecialiseerd en werden voor het eerst (in de Middeleeuwen) ook luxe producten vervaardigd. Zo verschijnen naast het gebruikelijke kook- en drinkgerei ook olielampen, rammelaars, antropomorf aardewerk en zelfs beeldjes op de markt. Dit gebeurt in verschillende pottenbakkerscentra tegelijk. Dat gegeven lijkt te wijzen op een nieuwe groep van consumenten. Het valt op dat de ontwikkeling naar decoratief aardewerk samen valt met de opkomst van het stadsleven en het ontstaan van een nieuwe elite, naast de adel. Deze nieuwe elite bestond uit handelaren en in mindere mate ambachtslieden, die beschikten over kapitaal. Uit veel steden waar archeologisch onderzoek is verricht, zijn wel enkele voorbeelden van antropomorfe gebruiksvoorwerpen of beeldjes bekend. In Noordwest-Europa worden ze zowel gevonden in een burgerlijke context als in een adellijk circuit zoals op kasteelterreinen. Mogelijk zijn de luxe voorwerpen een uiting van het imiteren van de adellijke levensstijl, maar de beeldjes kunnen ook in opdracht van de adel zijn gemaakt. Dat de eerste beeldjes verbonden zijn aan de adellijke levensstijl blijkt ook uit de onderwerpen; ruiterfiguurtjes, dieren zoals honden, herten en paard, verbonden aan de jacht. De adel ging op jacht en deed mee aan toernooien. Daarnaast werden in wedijver feesten en banketten aangeboden. Het is niet ondenkbaar dat enkele beeldjes als tafeldecoratie hebben gediend. Of ze kunnen hebben gediend als geschenk (voor kinderen). De meest voor de hand liggende interpretatie is dat de beeldjes als speelgoed hebben gediend, vanwege de gelijkenis met houten of metalen speeldieren of ruiters en schriftelijke en iconografische bronnen die bewijzen dat ze als speelgoed voorkwamen. In het te verschijnen artikel zal dieper worden ingegaan op de vondsten en hun betekenis.

Dit kleine onderzoek maakt duidelijk hoe interessant aardewerk is. Niet alleen voor de datering van structuren en vindplaatsen, maar voor de hele ontwikkeling en cultuur die achter deze aardewerkvondsten ligt!

Aleike van de Venne
Kerament
info@kerament.nl

Terug naar alle verhalen