ArtefActueel

Met trots presenteert SAMPL een nieuwe archeologische reeks: ArtefActueel.

In deze reeks staat anorganisch vondstmateriaal centraal. Actueel onderzoek, nieuwe inzichten en vondsten verspreid over diverse archeologische perioden en materiaalgroepen worden hier gebundeld. In deze eerste uitgave staan enkele zeldzame vondsten in de schijnwerpers, zoals een attribuut voor het aanbrengen van cosmetica, een afwijkend type tubulus en gietoverblijfselen van kerkklokken, maar ook studies over de fragmentatie van Romeins aardewerk, luxe kogelpotten en de dragers van 16e-eeuwse kledinghaken.

Nieuwsgierig geworden? Bestel je exemplaar via SPA uitgevers.

In het eerste artikel bogen vijf onderzoekers zich over een raadselachtig artefact uit een inheems-Romeins graf. Het krijtachtige pijpje, gemaakt uit een stengel van een moerasplant, dankt zijn kleur aan het loodwit waarmee het gevuld bleek. Daardoor mag het beschouwd worden als een attribuut voor het aanbrengen van cosmetica. Dat het herkomstgebied mogelijk in Oost-Europa lag, wordt gesuggereerd door een fibula die in hetzelfde kistgraf meegegeven was.

Uiteenlopende manieren om de mate van fragmentatie van aardewerk uit de Romeinse tijd te berekenen, passeren de revue in een overzicht waarin vindplaatsen in West-Nederland en de regio Zuid-Limburg vergeleken worden, alsook rurale nederzettingen tegenover meer urbane nederzettingsvormen. De meeste benaderingen tonen een duidelijk onderscheid in de mate van aardewerkfragmentatie tussen deze twee groepen.

Een keramisch tubulus-type dat afwijkt door zijn tapse vorm, blijkt een sterke, maar nog slecht herkende indicator van de aanwezigheid van een Romeins verwarmingssysteem met een holle (gewelf)boog. De vondsten komen vooral van villa-terreinen.

Toen in West-Nederland omstreeks de 14e eeuw de kogelpotten plaats maakten voor grijsbakkend en roodbakkend aardewerk, bleef deze categorie in Noord-Nederland nog een eeuw langer gangbaar, maar zag eenzelfde vormenuitbreiding als de nieuwe gebruikswaar in westelijker streken. Bovendien werd een klein deel van glazuur voorzien. Net als cordonversierd kogelpotaardewerk kwam deze luxere uitvoering veelal in steenhuizen en kloosters terecht.

Overblijfselen van het gieten van kerkklokken zijn geen dagelijkse archeologische vondsten. Met resten uit Utrecht en Vessem als uitgangspunt wordt het (post-)middeleeuwse procédé van klokgieten tot aan het ophangen in de kerktoren doorgenomen op basis van schriftelijke en visuele bronnen.

Wie waren de dragers van de vele kledinghaken van omstreeks de 16e eeuw die dankzij metaaldetectie aan het licht komen? Doordat Pieter Bruegel de Oude en zijn zonen hun figuren vaak groot opzetten, vormen hun werken op dit punt een Fundgrube.

Als afsluiting worden verschillende analysetechnieken opgevoerd die ingezet kunnen worden voor het identificeren van residuen van organisch materiaal. Resultaten zijn bijenwas in een steengoedkruikje, explosieve stof uit de Eerste Wereldoorlog en een – anorganische – aanslag uit een beerput op een 15e-eeuwse houten schoenleest waarop verf werd vermoed.

Heb je ook een interessante vondst die in ArtefActueel niet mag ontbreken, zie hier voor de auteursrichtlijnen.